PrintProjectbesluit
Als het plan niet past binnen het bestemmingsplan kan via een projectbesluit ontheffing worden verleend. Voor welke projecten een projectbesluit kan worden genomen en voor welke projecten niet, staat niet in de wet. De gemeente kan het projectbesluit gebruiken als het bestemmingsplan een bepaalde ontwikkeling of een bepaald project niet toestaat en men een dergelijke activiteit toch mogelijk wil maken, zonder meteen het hele bestemmingsplan aan te passen (vergelijkbaar met de zogeheten artikel 19-procedure uit de oude Wet Ruimtelijke Ordening). Een projectbesluit kan ook veel sneller dan een nieuw bestemmingsplan. De belangrijkste voorwaarde is dat het projectbesluit moet voldoen aan een goede ruimtelijke ordening, net als een bestemmingsplan. Het projectbesluit moet daarom vergezeld gaan van een zogenaamde goede ruimtelijke onderbouwing. Dit is inhoudelijk te vergelijken met de toelichting van het bestemmingsplan. Een goede ruimtelijke onderbouwing omvat over het algemeen geen regels en ook geen verbeelding (plankaart). Dit komt omdat meestal een projectbesluit wordt genomen voor een bouwplan. Het bouwplan doet dan dienst als regels en verbeelding. Het projectbesluit geldt dan ook precies voor dát bouwplan: de hoogte en de plek van het gebouw.
De procedure voor het projectbesluit staat omschreven in artikel 3.8 van de Wro en is nagenoeg gelijk aan de procedure voor het bestemmingsplan. Voor de gemeente is het belangrijk dat binnen een jaar nadat het projectbesluit onherroepelijk is geworden, een ontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd. Het is om die reden mogelijk dat de gemeente er voor kiest om een herziening van het bestemmingsplan te maken en niet een projectbesluit te nemen.
